Pedagogisch werkplan

Waar het voornamelijk om draait is dat ik uw kind bij De Kwetter een fijne dag bezorg met veel liefde en aandacht. Natuurlijk mag ook een pedagogisch werkplan in een gastouderopvang niet ontbreken. Onderstaand vindt u mijn pedagogische visie over de opvang die bestaat uit 4 verschillende competenties:

  1. Fysieke en emotionele veiligheid

  2. Normen en waarden

  3. Persoonlijke competenties

  4. Sociale competenties

Ad 1 Fysieke en emotionele veiligheid:

Het is belangrijk dat een kind zich welkom en veilig bij mij voelt. De meeste kinderen voelen zich prettig en veilig wanneer er ritme en regelmaat is in de verzorging en dagindeling. Vaste rituelen, structuur, ritme en duidelijke regels zorgen ervoor dat een kind zich prettig voelt. Een vertrouwde omgeving met bekende groepsgenootjes dragen bij tot een veilig gevoel en van hieruit kan uw kind zich ook gaan ontwikkelen. Ik vind het erg belangrijk een goede vertrouwensband met de kinderen op te bouwen.
De verzorging hangt af van de leeftijd van het kind en van het kind zelf. Bij de allerkleinste probeer ik het ritme van thuis aan te houden en aandacht aan de verzorging te geven. Bij een groter kind laat ik het kind zelf op ontdekking gaan maar zal ik het kind altijd ondersteunen en helpen daar waar dat nodig blijkt te zijn. Samen met de ouders worden afspraken gemaakt over o.a: voeding, slapen, zindelijkheid, ziekte, hygiëne, enz. Een goede overdracht, zowel bij het brengen als bij het ophalen van het kind, is dan ook van groot belang.
Voorafgaande aan de opvang bied ik de mogelijkheid aan de ouders om samen met hun kind te komen wennen voor een uurtje. Het kind mag, indien gewenst, ook 2 uurtjes alleen komen wennen. Vaak hebben de oudere kinderen daar behoefte aan, bij baby’s is het vooral voor de ouders en gastouder wennen aan elkaar.

Ad 2 Normen en waarden:
Normen en waarden verschillen van mens tot mens maar spelen zeker een grote rol bij het opvoeden van kinderen. Ik probeer de normen en waarden van de ouders te bespreken zodat wij deze eventueel op elkaar kunnen afstemmen. Sommige zaken zullen er bij de gastouder anders aan toe gaan als bij de ouders thuis. Dat is geen probleem. Kinderen leren hierdoor dat er verschillen kunnen zijn en zij leren hiermee om te gaan.

Hier geef ik mee:

  • De kinderen het goede voorbeeld geven en laat ik kinderen een positief en sociaal gedrag zien.

  • Kinderen laten zien dat we respectvol met elkaar omgaan maar zeker ook met de dieren in huis en daar buiten. Zo leren we tijdens activiteiten elkaars werk te waarderen en laten we zien hoe we omgaan met materialen.

  • Kinderen stimuleren samen te delen en samen te spelen maar zal ik ze ook de vrijheid bieden iets alleen te mogen doen.

  • De kinderen leren dat zij ook een keuze hebben. Ook kinderen mogen ‘nee’ zeggen wanneer dit op een beschaafde manier gebeurd.

  • Kinderen leren compromissen te sluiten, oplossingen bedenken en leren overleggen.

  • De kinderen leren dat we elkaar complimentjes kunnen geven en we soms ook ‘sorry’ horen te zeggen.

  • Zelfredzaamheid stimuleren.(zichzelf aankleden, naar toilet gaan)

Hoe ga ik om met straffen en belonen?

Dit is een belangrijk onderdeel van het opvoeden bij kinderen. Omdat er bij een gastouder over het algemeen sprake is van een positieve groepsdruk: de kinderen hebben het namelijk gezellig met elkaar en met de gastouder, zal het zo zijn dat kinderen zich daarom meestal erg goed aan de regels houden. Hierdoor kan het zijn dat er bij mij als gastouder een andere methode wordt gebruikt dan thuis. Ook de relatie tussen mij en een kind is anders dan tussen de ouders en hun kind. Indien nodig zou ik een kindje even apart zetten maar dit zal altijd onder toezicht zijn en nooit voor lange tijd.

Ad 3 Persoonlijke competenties:

Hoe stimuleer ik een kind in zijn of haar ontwikkeling?

Elk kind is uniek en maakt een eigen ontwikkeling door. Niets hoeft persé, een kind mag ergens aan meedoen als het daar zin in heeft en aan toe is. Straks op school moeten ze al zoveel, dus hier kijk ik naar wat ze zelf willen. Tijdens de activiteiten die ik de kinderen aan zal bieden, laat ik de verschillende ontwikkelingsgebieden aan bod komen. Ieder kind doet dat dus in een eigen tempo. Ik zal de kinderen begeleiden in hun zelfstandigheid en activiteiten aanbieden aan de behoeften van elk kind.

De verschillende ontwikkelingsgebieden zijn:

  • Motorische ontwikkeling: Fijne motoriek: verven, plakken, kleuren, knippen, puzzelen, kralen rijgen, het openen en dichtmaken van voorwerpen, 1e schrijf en tekenoefeningen, enz.
    Grove motoriek: rollen, klimmen en klauteren, lopen, rennen, springen, fietsen, steppen, bouwen, gooien en vangen, enz.

  • Zintuiglijke ontwikkeling: horen( zoals bijvoorbeeld: geluiden van de rammelaar, geluidspelletjes, instrumentjes) voelen (diverse soorten materiaal voelen zoals ruw en glad materiaal, zand, water, steen, warm en koud enz.) ruiken (geurzakjes, hoe ruikt het eten, dierengeur etc.) proeven (verschillende smaken proeven zoals: zuur, zoet, zout….) zien (spelletjes zoals: ik zie ik zie wat jij niet ziet, wat ligt er op het kleed en wat is er weg?)

  • Taalontwikkeling: luisteren naar verhalen en boekjes lezen, benoemen van voorwerpen en dieren enz., liedjes zingen, vertellen over iets wat een kindje heeft meegebracht, versjes leren, plaatjes kijken en benoemen, letter en woordspelletjes en hoe spreken we alles uit)

  • Kunstzinnige vorming: dansen, fantasiespel, luisteren naar muziek. Beeldende vorming: plakken, kleien, verven, tekenen.

Ad 4 Sociale competenties:
Ik wil ervoor zorgen dat er voldoende tijd en ruimte is voor een kind om op eigen initiatief met andere kinderen te kunnen spelen en zich sociaal te kunnen ontwikkelen. Ieder kind hoort erbij en elk kind mag meedoen. Er is ruimte om te experimenteren door bijvoorbeeld zelf een conflict op te lossen en door rekening met elkaar te houden, eerlijk te delen enz. Kinderen leren zo te functioneren in een groep. Natuurlijk zal ik de kinderen hierin begeleiden en hulp bieden waar nodig is.